Ninainvorm
a blog about art, craft, design and beautiful everyday life
Where to buy

Maybe you can also find my stuff in your neighbourhood! Click here to see an up-to-date list of where you can buy my products.

Wholesale

Interested in selling Ninainvorm postcards, posters, art prints or ceramics in your own shop? You can send me an email at ik_ben_nina@hotmail.com to hear about the possibilities!

Gisteravond om een uur of elf fietste ik richting station, omdat ik nog met de trein naar Nijmegen moest. Toen ik richting fietsenrekken wilde rijden, zag ik voor me ineens twee agenten lopen, die ik al van vrij verre aan hun reflecterende politiepakken herkende. Laffe en gezagsangstige zonderlichtfietser als ik ben, sprong ik acuut van mijn fiets af en besloot het laatste stukje met mijn fiets aan de hand te lopen.
Stations 's avonds laat zijn altijd nogal unheimische plekken, en de aanwezigheid van politieagenten belooft meestal niet zoveel goeds. Toen ik beter keek, zag ik dat er tussen de twee agenten in een kleine, donkere man liep. Hij wankelde een beetje en leek gehandboeid aan de agenten vast te zitten. Het typische beeld van de junk of dronkenlap die door de politie afgevoerd wordt. Een treurig, maar o zo bekend beeld op stations.
 
Op de een of andere manier fascineerde het tafereel me, en ik bleef van een afstandje staan kijken. Traag bewoog het drietal zich voort. Het had wel iets weg van een ballet, met die kleine man tussen de twee agenten in. De man wankelde, maar niet op de typische zwalkende manier die je vaak bij mensen onder invloed ziet. Zijn wankelen had iets zoekends, het was voorzichtig, bijna sierlijk. En het leek wel alsof de agenten meegingen in die zachte, sierlijke beweging. Stapje voor stapje schuifelden ze vooruit, als één wezen met zes benen.
Verwonderd stond ik te kijken naar de kleine man tussen de twee agenten. Waar agenten een gearresteerde normaal gesproken vaak met een zekere ruwheid met zich mee trekken, had de manier waarop ze deze man tussen zich meevoerden bijna iets teders. Uit hun manier van bewegen leek betrokkenheid, zorgzaamheid en geduld te spreken.
 
De mannen waren inmiddels aangekomen bij de bushalte, waar ze stopten. Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat de kleine man iets in zijn handen hield: een slordig uitziende, geknakte stok. De man was geen junk of dronkenlap, maar blind, en de agenten hadden hem naar de bushalte begeleid.
Er wordt wel vaker geklaagd over de Nederlandse politie, die soft en weinig heldhaftig zou zijn. In veel landen heb ik ook agenten gezien met enorme geweren en een hele hoop machismo, die er niet voor terugdeinzen om met ferme hardheid of geweld op te treden. Wat ik hier zag gebeuren, leek daar beslist niet op.
Maar wat was ik trots op de Nederlandse politie, ontroerd ook, door wat ik gezien had. Geweld en lompheid zijn zo makkelijk, en als agent is het ongetwijfeld wel zo prettig om je achter je pak en een masker van hardheid te verschuilen. Dat deze agenten echter het vermogen hadden om met zoveel zachtheid en zorg iemand te helpen, dat vond ik pas echt een teken van beschaving. Dat is mooi en dat geeft hoop.
Read more...
Ik had al niet altijd een even optimistisch beeld van de mensheid, laat staan van de doorsnee internetter, maar de laatste tijd begint dat beeld nog veel verwrongener te raken. Sinds ik een vrolijk-onschuldig stukje heb geschreven met als titel 'gluren bij de buren', over hoe leuk het wel niet is om de interieurs van de huizen in je buurt te bekijken ('bekijken', dat klinkt al direct een stuk aangenamer!) scoor ik een record-aantal verwijzingen van Google. Gluur-verwijzingen, welteverstaan.
Een kleine greep uit het aanbod alleen al van de laatste twee dagen, wat slechts een topje is van de grote gluur-ijsberg van afgelopen week:
'gluren bij de buren' (2 keer)
'gluren bij de buren, naakt'
'gluren' (2 keer)
'naar mensen gluren'
'onder jurkje gluren'
'als schoenen konden gluren'
Met name de laatste zoekopdracht fascineert me overigens wel: als schoenen konden gluren?
 
Ik ben er niet gelukkig mee, met al die gluurfiguren. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat internet een gluurmedium bij uitstek is. Maar toch geeft het me een lichtelijk onprettig gevoel als dat soort gluurmensen zomaar mijn vrolijke landje binnen komen gewandeld. Noem me een naïeve struisvogel, maar ik hou het hier gewoon graag luchtig en mooi. Misschien moet ik in de toekomst gewoon zo'n gristelijke internetfilter op mijn weblog zetten, die alle mogelijk compromitterende termen er voor me uitzeeft, en ze meteen ook maar vervangt door vriendelijkere woorden als 'rolmops' of 'pantoffelheld'. Dit stukje zou daar dan alvast vol mee staan, en dat zou dan weer een enorme aanwas van rolmopsen en pantoffelhelden richting mijn weblog genereren. Het kan slechter. Nu zorgt dit stukje ongetwijfeld voor de komst van nog meer googlegluurders. En nog harder online klagen zorgt weer voor nog meer van die sujetten. Het is een vicieuze cirkel...
 
Een schrale troost en oppepper voor mijn danig geknakte moraal is dat er gelukkig ook nog altijd mensen op zoek zijn naar dingen als 'knakworst', 'bijtjes knutselen of 'creatief kussen'. Dat zijn onschuldige dingen toch? Toch? Of...?
Ik word langzaam een beetje paranoia geloof ik.
Read more...   (10 comments)
Dan kom je dus thuis met dat prutje in het putje. En met de berg was van voor de vakantie naast de machine. En dan leg je de nieuwe vakantieberg ernaast, of erbovenop.
Normaal gesproken vind ik dat trouwens al heel wat, het uitpakken en op een berg gooien van mijn was op de eerste dag na de vakantie. Meestal heb ik er ongeveer een week voor nodig om na een vakantie weer helemaal uitgepakt, opgeruimd en ingeburgerd te raken. Al kom ik soms ook pas bij het inpakken voor de volgende vakantie de laatste resterende spullen van de vorige weer tegen.
Maar deze keer ging ik dat anders doen, had ik al liggend aan dit zwembad besloten.
 
En dus heb ik in één dag mijn koffer uitgepakt, gewassen en opgeruimd. Nu ben ik best trots op mezelf. En vind ik dat ik wel een drankje verdiend heb op een leuk cultureel Bosch festival. Dat ga ik dus zo maar eens doen.
 
Ik heb nog veel meer bedacht, daar in en aan het zwembad. Dat ik voortaan altijd netjes en opgeruimd zal zijn. En dat ik het Italiaanse kookboek van Jamie Oliver ga aanschaffen en dat ik daar heel vaak lekker en gezond uit ga koken. Dat ik heel veel mooie dingen ga maken het komende jaar. En voorlopig nooit meer ga winkelen.
Ja, het zwembad is zo'n gekke plek nog niet voor hele mooie plannen. Al moet ik tot mijn eigen schaamte toegeven dat, al het bezige-bij-gedrag ten spijt, het prutje op dit moment nog steeds in het putje ligt. En dan ga ik nu gauw de stad in, dagdag!
Read more...
Ik ben gek op mensen kijken, en tegen het linkse ‘ieder-mens-is-uniek’-dogma in deel ik ze ook nogal graag in in types. Hokjesdenken noemen ze dat ook wel en het schijnt heel eng en ongezond te zijn, maar ik vind het nu eenmaal reuze leuk. Niet dat ik de uniciteit van mensen ontken hoor, ik ben ervan overtuigd dat ieder mens een unieke combinatie is van genen, milieu, omstandigheden, eigen wil, toeval en dergelijke, maar volgens mij is een groot deel van de bevolking uiteindelijk terug te brengen naar een helemaal niet zo groot aantal grondtypes.
Misschien is mijn fascinatie voor groepjes en hokjes wel ontstaan in mijn middelbare schooltijd, toen ik er –deels tot mijn spijt en frustratie, deels tot mijn opluchting en trots- niet in slaagde om tot een van de hoofdgenres van de middelbare school te behoren. Ja, ik gold als ‘alternatief’, maar in het durp waar ik opgroeide was je dat nogal snel: wie ooit eens zijn haar rood verfde of een paar Dr. Martens droeg, was voor de rest van zijn Rosmalense schoolcarrière gebrandmerkt, want ‘alternatief’ gold in die kringen nou niet bepaald als een compliment.
Mijn alternativiteit viel achteraf gezien nogal mee geloof ik, eigenlijk waren mijn vriendinnen en ik gewoon keurige brave meisjes met een ietwat afwijkende smaak. Al waren we wel de enigen die op schoolfeestjes wild dansten op dat ene plaatje van Nirvana dat, na een hele avond smeken bij de dj, om vijf voor half een op de valreep nog door de murw gesmeekte dj gedraaid werd om van ons af te zijn. Mijn zus, die twee klassen hoger zat, deed dan overigens altijd alsof ze mij niet kende, maar dat terzijde.
 
Groepjes dus. Het interessantste vind ik altijd dat juist de mensen die zo hard hun best doen om uniek te zijn uiteindelijk feitelijk heel veel op elkaar lijken. Ik ben er zelf ook zo eentje hoor, dus ik vind dat ik dit best mag zeggen.
Mensen die altijd apart en uniek willen zijn, zijn vaak verschrikkelijk vermoeiend. Ze zijn altijd op zoek naar dat ene unieke vakantieplekje waar nog nooit een toerist geweest is (en verdringen elkaar aldaar ondertussen), ze houden van die creatieve experimentele underground muziek waar wel een paar van ‘ons soort mensen’ van moeten houden (want helemaal eenzaam en alleen ergens van houden is toch ook niet echt leuk), maar liefst niet de hele massa, hun lievelingsfilm is een Oosteuropese arthousefilm en ze zijn gek op artistiekerige zomer-theater-muziek-multiculti-kunst-festivals waar je je tentje bij op kunt zetten. Deze mensen behoren meestal tot de cultuur-subcultuur.

Je herkent leden van de cultuur-subcultuur al van verre. Je kunt de groepsleden grofweg indelen in twee types: de makers en de liefhebbers. Makers zijn in de cultuur-subcultuur de vrije vogels: ze zijn kunstenaar, acteur, muzikant, dichter, horecamens of hebben een ander lekker vrij beroep. Hun uniciteit is voor hun beroep een pré, ze mogen ‘lekker gek’ zijn en dat zullen we weten ook. Ze gedragen zich vaak theatraal en overaanwezig, ze hebben altijd een excuus om te drinken, roken en blowen (want: het bohémienschap) en hun kinderen dartelen overal lekker stuurloos tussendoor.
De maker-vrouwen hebben lekkere wilde losse haren, in kleurtjes tussen knaloranje en platinablond, maar dreads of een plukje blauw of paars erdoorheen mag ook. Ze dragen flodderige gebloemde lolita-jurkjes, liefst retro en uniek, maar een H & M’etje of King Louie-jurkje mag uiteraard ook.
De maker-mannen zijn oftewel intellectuelerig met brilletje en wilde haardos, of ze zijn zo vervelend mooi met hippe halflange haren of mooie krullen. Ze dragen strakke, goedgesneden pakken met daaronder een hip bloesje en sneakers of puntige cowboylaarzen à la Jeroen Pauw, of ribjasjes óf perfect zittende jaren 70 leren jasjes, of gewoon iets nonchalants ‘ik-geef-er-niets-om-en-ben-net-uit-bed-maar-zie-er-toch-verdomd-goed-uit’. (Juist, ik bedoel die mooie bindingsangstige mannen waar je tijdens zwoele zomerfestivalavonden altijd smoorverliefd op werd).
 
De categorie liefhebbers bestaat vaak uit een iets ouder, maar niet minder karakteristiek publiek. Liefhebbers zijn vaak werkzaam in de publieke sector, als cultuurambtenaar, festivalorganisator of museummedewerker of zoiets, en ze zijn altijd te vinden op plekken waar iets cultureels gaande is. Ze missen zelf de creativiteit van de makers (en benijden hen en hun spannende leven stilletjes), maar compenseren dit met hun culturele kennis, breed geëtaleerde liefhebberij en goedgevulde portemonnees.
De liefhebber-vrouwen hebben vaak strenge zwarte of grijze asymmetrisch kortgeknipte kapsels, of een bos rood-met-al-een-beetje-grijze krullen à la Elsbeth Etty, en ze dragen kunstige, gewaagde outfits in de stijl van Cora Kemperman en Marithé & Francois Girbaud. Ook zien ze er –als hun figuur dit tenminste toelaat- soms nog op hoge leeftijd meisjesachtig uit, met een zwierig polkadotjurkje en lekkere knalrode lippenstift. Dit laatste type liefhebster is overigens bij voorkeur op stap met een of meer vriendinnen, want vrijgezel, gescheiden of minnares of zoiets.
Liefhebber-mannen zien er vaak iets minder uitgesproken uit, al herken je ze toch vaak aan hun pakken zonder das en met lekker nonchalant een knoopje te ver open, hun voor het zakenleven net iets te lang niet geknipte haar en hun aparte kleurige bril. Ook andere kleine, doch niet al te opvallende gimmicks als een paar gekleurde sneakers, een gek bloesje of een oorbelletje behoren nog wel eens tot hun repertoire.

Komt dit alles je totaal vreemd voor, of heb je nog nooit een lid van de cultuur-subcultuur in het wild gezien, dan kan ik je bijvoorbeeld een bezoek aan theaterfestival de Parade (of een lokale variant ervan) aanraden, een bezoekje aan het filmfestival, of aan een zomers muziekfestival in het park.
Een aanrader is ook de VPRO-pseudo-datingsite
www.happyvpro.nl, waar VPRO-minded uniekelingen om het hardst strijden om de grootst mogelijke uniekerigheid. Over deze site, waarop ik zo nu en dan eens rondkijk om me te verkneukelen aan al die geforceerde uniekerigheid, zou ik zo een bladzijde vol kunnen schrijven. Mensen die bij hun beroep ‘levenskunstenaar’, ‘levensartiest’, ‘schrijver/dichter/acteur/columnist/cabaretier/fotograaf (maar in het dagelijks leven ambtenaar)’, ‘keukensloopster/huisschilder, ‘thee-a-tralia’ of ‘had ik maar een vak geleerd’ invullen. En bij ‘geslacht’ dingen als ‘nee, ik leef nog’, ‘man, vrouw, het is allemaal relatief…’, ‘heb ik zeker’ of ‘weet ik nog steeds niet’ invullen.
Hun hobby’s? Dat zijn geen ordinaire dingen als wandelen, koken of knutselen, nee nee…  Happy VPRO’ers doen aan ‘het verzamelen van magische momenten’, ‘me lekker vervelen’, ‘zelfrealisatie’, ‘bellen blazen’, ‘fraaie plaatjes in me opnemen’, ‘navelstaren’ en ‘luchtkastelen bouwen’. Ze zijn kortom lekker gek en heel bijzonder.
 
Tja, tis heerlijk om zo met zijn allen lekker bijzonder en uniek te zijn, maar in een wereld met zoveel uniekelingen wordt het wel steeds moeilijker.
Wordt vervolgd, want ik vind het een razend interessant onderwerp. Zou iemand hier al eens eerder over geschreven hebben, of ben ik wellicht misschien wel de eerste unieke enige?

Read more...   (19 comments)
Soms kan ik me vreselijk boos en chagrijnig maken over dingen die ik lees of op televisie zie. Ik moet eerlijk toegeven dat het dan niet altijd gaat over de grote thema's des levens, maar eerder om een ergernis op een meer menselijk niveau zeg maar. Concreet: sommige mensen en hun uitingen in de media halen mij het bloed onder de nagels vandaan. En vandaag was het weer eens zover.
Ik zat de zomerspecial van het Volkskrant Magazine te lezen, die als thema 'Wat is mooi?' had. Het ging over schoonheid, het schoonheidsideaal, cosmetische chirurgie en die hele mikmak die sinds de documentaire van Sunny Bergman ('Beperkt houdbaar') de laatste tijd weer erg in de belangstelling staat. Mijn eerste indruk: goh, wat fascinerend dat een tijdschrift met als thema 'wat is mooi' nagenoeg alleen over schoonheid en schoonheidsideaal van vrouwen gaat. Een artikel over hoe de beeldcultuur jonge meisjes beinvloedt, interviews met vrouwen die doorgaan voor 'mooie vrouwen' en een interview met een panel bestaande uit vier mannen over wat zij nou eigenlijk mooi aan vrouwen vinden... Ook het interview met een hoogleraar plastische chirurgie, een man (dat dan weer wel), gaat voornamelijk over de plastisch-chirurgische wensen van vrouwen. Is schoonheid dan alleen maar een vrouwenzaak? Het lijkt er wel op.
 
Maar goed, het was vooral het interview met het mannenpanel dat mij goed link kreeg. Meer specifiek, één panellid in het bijzonder: een zekere Oscar. Onder de kop 'fijnproevers' kregen de vier heren Rudolf, Oscar, Julien en Jeroen de kans om uitvoerig uit de doeken te doen waar vrouwen qua uiterlijk in hun ogen aan zouden moeten voldoen.
De mannen moesten bijvoorbeeld reageren op de stelling 'Aan de eigen partner mag wel iets ontbreken'. Nadat één van de mannen benadrukt had dat hij altijd een bepaald ideaalbeeld nastreefde, maar zijn huidige vriendin gewoon vooral een leuk persoon vindt, ging Oscar meteen los:
 
Oscar: Ik heb juist altijd het idee dat ik me veel te weinig heb laten leiden door seks.
Julien: In het verleden, bedoel je?
Oscar: Ja. Ik hield mezelf telkens maar voor: het gaat om het innerlijk. Zo ben ik natuurlijk ook een beetje opgevoed. Totdat ik dacht: fuck it, ik wil gewoon een lekkere vrouw die er goed uitziet! Want dat vind ik gewoon belangrijk!
Julien: Dat is ook absoluut zo.
Oscar: En mijn vrouw voldoet daar helemaal aan. Ik vind haar gewoon lekker, met alles erop en eraan. En ze is bovendien een heel leuk mens ook. Als je een heel leuk mens hebt, maar je vindt haar verder maar matig, dat is ...
Julien: Ja, dat is irritant.
Oscar: Dat is irritánt man. Rudolf suggereerde zojuist dat het vooral om het innerlijk gaat, maar ik heb zelf gemerkt dat het ongelooflijk belangrijk is om je driftgevoel te volgen. Het was bij mij heel simpel: ik zag haar kont en dacht: wow, lekkere kont, heerlijk! Dat was van: paf! En daarna vormde zich de rest. Het is een belangrijk onderdeel van mijn man-zijn.
 
Vast een gereformeerde domineeszoon die Oscar, dacht ik, die op zijn 37ste eindelijk zijn lustgevoelens ontdekt heeft en daar heel blij en opgetogen over is. Een irritant pedant ventje leek het me, maar dat moet kunnen. Maar vervolgens liet hij zijn licht schijnen over het verschijnsel cellulitis. De stelling was 'Grote billen okay, maar geen cellulitis alstublieft.'
 
Oscar: Nee, cellulitis is killing.
Julien: Cellulitis, zijn dat van die kuiltjes? Oh nee. Nee, nee.
Jeroen: Nee, niet mooi.
Julien: Ik associeer het denk ik met ouderdom.
Rudolf: Maar cellulitis is onontkoombaar. (hee, die snapt het een beetje)
Julien: Toch vind ik het niet mooi.
Rudolf: Maar 99 procent van de vrouwen heeft cellulitis Ik heb meisjes gehad met een heel mooi lichaam, maar die op het dijbeen wel een lijntje, een bepaalde structuur hadden. Dan denk ik: moet ik ze nou daarop afrekenen? Ik vind het spijkers op laag water zoeken.
Oscar: Het sucks gewoon. Cellulitis man, kom op!
Rudolf: Jij zit volgens mij in een soort midlifecrisis. Jij moet je nog bewijzen of wat dan ook (Kijk, dat gevoel kreeg ik nou ook)
Julien: O, nu gaat het gesprek een andere kant op.
Oscar: Hahaha!
Rudolf: Ik ben absoluut een fijnproever en ik vind dat je best de lat hoog mag leggen. Maar cellulitis...
Oscar: Wat is nou je point, man!
...
Jeroen: Je ziet het wel, en ik vind het niet mooi, maar vervolgens denk ik: de meeste vrouwen hebben het, en vind ik dat belangrijk? Nee.
Oscar: Het verschilt per situatie. Als vrijgezel scan je de markt af en kijk je wat er te koop is. Dan kun je volgens mij heel duidelijk zeggen: dit vind ik mooi en dat niet.
 
Zozo, dacht ik, dus die Oscar scant de markt af en kijkt wat er te koop is, en hij bedankt vriendelijk voor de eer als er wat van die suckende cellulitis op de beentjes zit. Wat voor een hunk is die Oscar dan zelf wel, dat hij de cellulitisloze vrouwen zo voor het oprapen heeft? Ik keek naar de foto en daar zag ik hem: Oscar. Een zielig lelijk mannetje met duffe bril, wijkende haargrens en licht flappende oren, en met zo'n amorf beroep met woorden als business, development, blablabla en management erin. Dat was hem dan, de billenman met zijn 'Cellulitis is killing'.
Oscar is het mannetje links
 
En nu weet ik dat dit het type mensen is dat uit een soort wanhopige onzekerheid ver voor zijn beurt praat (eerlijk gezegd vermoed ik dat deze Oscar nauwelijks weet wat cellulitis is, omdat zijn vrouw altijd broekpakken draagt en hem niet in de buurt van haar billen en benen laat komen, of gewoonweg omdat hij niet goed kijkt), maar toch word ik er gigantisch boos van. En dan niet omdat ik nu zo'n enorm cellulitis-complex heb (ik ben daar eigenlijk nooit mee bezig en voor zover het er zit, heb ik er weinig last van omdat ik het toch niet kan zien), maar omdat ik het zo erg vind dat dit soort misselijke mannetjes een beeldvorming neerzetten die helemaal nergens op slaat. En het maakt me boos dat vrouwen zich dan vervolgens weer vol gaan zitten smeren en spuiten met allerhande minder en meer ernstige middelen omdat ze menen dat ze wanstaltig zijn met een beetje cellulitis op hun billen, en dat al die vreselijk leuke mannen met belangrijke banen als business consultant engineering executive blablabla resources sales manager hen dan niet meer zullen willen. Ja, daar word ik kwaad van. Dat die kerels met hun kale koppen en hun opgezette levers en hun flaporen menen te kunnen betogen dat vrouwen met wat cellulitis of haar op hun benen een soort onmensen zijn.
 
Natuurlijk moet ik dit relativeren. Ongetwijfeld heeft de Volkskrant een paar metroseksueel-achtige types bij elkaar gescharreld, want het gros van de normale Nederlandse mannen weet volgens mij nauwelijks wat cellulitis is. De meeste mannen die ik ken vinden hun vriendin gewoon mooi, zonder al te veel nadruk te leggen op haar onvolkomenheden, en omgekeerd. De meeste mensen die ik ken zijn best wel in staat om allerlei onvolkomenheden te accepteren, of ze benoemen ze niet als onvolkomenheden omdat ze ze helemaal niet zo zien. Ik ben zelf ook geen geitenwollensok voor wie uiterlijk volstrekt onbelangrijk is, ik vind het best belangrijk, maar wel binnen bepaalde marges van redelijkheid.
 
Maar toch. Het maakt me nijdig dat we in een wereld leven waarin mensen zo denken als deze meneer Oscar. Dat dit soort misselijke mannetjes een podium krijgen om zo denigrerend te kunnen praten over iets wat nu eenmaal tot op zekere hoogte bij het vrouwenlichaam hoort. Dat vrouwen, al is het maar met hun onderbewuste, naar dit soort figuren luisteren en zich in alle bochten gaan wringen om van hun cellulitis af te komen. Dat ze ervan overtuigd zijn dat ze dit voor zichzelf moeten, en dat ze elkaar erop gaan beoordelen en afrekenen. Dat ik mezelf af ga vragen of ik met mijn lange relaties met niet cellulitis-gefixeerde mannen niet een beetje wereldvreemd ben geworden, en of ik me eigenlijk niet kapot zou moeten schamen, nu en al helemaal wanneer ik ooit nog weer op de 'vrijgezellenmarkt' zou komen. En dat ik daar helemaal geen zin in heb. En dat ik daarom vervelende dingen ga schrijven over Oscar en zijn flaporen, terwijl ik dat eigenlijk helemaal niet wil.
Read more...   (15 comments)
Doodmoe stapte ik aan het eind van de middag de trein in. Hoewel het spits was, vond ik een mooi vrij tweepersoonsbankje. Noem me asociaal, maar ik zit nogal graag alleen op een tweepersoonsbankje, al zou ik er ook totaal geen problemen mee hebben als dat gewoon een eenpersoonsstoeltje was. Het is iets waar ik vooral zelf last van heb, maar ik zit gewoon niet graag dicht bovenop wildvreemde mensen..
De trein begon al zachtjes te rijden, en gerieflijk nestelde ik me op mijn bankje. Net toen de trein flink vaart begon te maken, ik al mijn spulletjes (tas, jas, schrijfblok, tijdschrift, twee gratis krantjes) fijn op de stoel naast me uitgestald had en lekker zat te lezen, schrok ik op van de stem van een man: of hij naast me kon komen zitten. Hoewel, helemaal opschrikken deed ik niet, want eigenlijk had ik hem al geroken: de man verspreidde de fijne zweetlucht van iemand die de hele dag op een iets te benauwde kantoorkamer heeft doorgebracht.
Dus graaide ik mijn spulletjes bij elkaar en zei zo vriendelijk mogelijk 'ja, natuurlijk', want ik weet: niets is vervelender dan om een zitplek te moeten vragen en vervolgens een dodelijke blik toegeworpen te krijgen. Al was dat misschien wel eerlijker geweest, dat dan weer wel.
De man ging in al zijn zweterigheid zeer breeduit naast me zitten, zette zijn koptelefoon op en deed een dutje. Ik bleef verkrampt tegen het raam gedrukt achter, nauwelijks nog in staat om me te bewegen, laat staan om mijn krantje open te slaan. Totaal geradbraakt kwam ik een half uur later de trein uit. Op dit soort momenten flikkert er dus echt een gevoel van haat in mij op. Maakt niet uit dat het ongetwijfeld een aardige man was, maakt niet uit dat het ongetwijfeld aan mijzelf ligt dat ik me zo in een hoek laat drukken, en al duurt het maar even: het is een doodordinair gevoel van haat.
 
Ik ben er niet trots op, maar ik kan soms behoorlijk licht ontvlambaar zijn en een kort lontje hebben. Ik zal het niet snel laten zien, en om het te uiten ben ik helemaal te beleefd/vriendelijk/schijterig, maar dat neemt niet weg dat er soms maar weinig nodig is om mijn agressie op te wekken: een slomerd voor me in de rij bij de kassa, iemand die net voor mijn neus het laatste gratis krantje weggrist (wat met de huidige hausse aan gratis krantjes gelukkig niet meer zo vaak voorkomt), een geiser die het begeeft net op het moment dat ik een lekkere warme douche wil nemen... Voorbeelden te over.
Ook in de privésfeer duikt mijn irritatietolerantie vrij gemakkelijk onder het nulpunt. Wanneer Helmut maar half naar me luistert wanneer ik iets probeer te vertellen of onverschillig op iets reageert, kan ik heel erg boos worden. Zeker wanneer hij op datzelfde moment wel in staat is om heel veel belangstelling op te brengen voor andere dingen, zoals daar zijn zichzelf, zijn eigen leven, zijn eigen werk, zijn eigen gedrag, zijn eigen gevoelens of, en dat is nog net iets erger, voetbal.
 
Hoewel mij op dit gebied dus niets menselijks vreemd is, beperkt mijn uiting van boosheid en frustratie zich buiten de stricte privésfeer normaal gesproken tot kijken als een oorwurm en heel diep zuchten. Irritatie, woede en chagrijn zijn voor mij in principe persoonlijke zaken, en ik weet dat ze normaal gesproken van voorbijgaande aard zijn. En zoiets als haat probeer ik al helemaal uit mijn levenssfeer te bannen: naar mijn gevoel is er niets contraproductiever dan dat. Proberen te leven zonder haat lijkt me niet alleen menslievend, maar ook een zaak van eigenbelang.
Ik schrik er dan ook altijd van hoe sommige mensen hun haat en woede voortdurend te lijken willen voeden, cultiveren en etaleren. Ik denk hierbij aan cynische politici die niets anders willen dan anderen onderuit halen, aan hooligans en andere vechtersbazen, maar ook aan mensen die zich op internetfora op de meest grove wijze uitlaten over anderen. Onlangs belandde ik via via (okay, ik geef toe: ik surfte doelloos rond ) op een website over Gouden Kooi-deelneemster Natasia. Nu ben ik op basis van de paar keer dat ik haar op tv zag ook niet zo ontzettend van haar gecharmeerd, maar ik sloeg steil achterover van de enorme ladingen woedende, hatelijke reacties die deze vrouw van Jan en alleman over zich heen gesmeten kreeg. Een nog betrekkelijk vriendelijk voorbeeld:
 
"Ziet men de foto van die monster, godallemachtig wat n lelijk wijf en dat is 35jaar,,lijk wel n van 80j
daar mogen ze wel n beton molen bij aanschaffen om nog wat van die tieten te vullen,,en wel zo dat zij niet meer kan lopen
kutwijf"
 
Een wildvreemde uitmaken voor werkelijk alles wat vies, vuil en lelijk is, en dat alles vaak ook nog in staccato hoofdletters en met hele rijen komma's (wat is dat toch dat dit soort mensen het verschil tussen de punt en de komma niet kennen?), waarom zou je dat willen? Is het een gebrek aan opvoeding, een verschil in omgangsvormen of gewoon een frustratieniveau dat zijn weerga niet kent? Het lijkt haat als levenswijze. Ik schrik ervan, en niet omdat ik zelf zo heilig ben.
Onlangs schreef ik voor de colleges over 'Democratie en conflict' die ik volg nog een gloedvol betoog over waarom democratie zo'n wenselijke staatsvorm is. Maar als ik dit soort dingen zie, dan kan ik het niet helpen dat ik soms fantasieën heb waarin figureren een gouden kooi, hooligans en andere haatdragende types, sleutel kwijt, mijn portie en Fikkie. 
Read more...   (4 comments)
Vandaag liep ik langs een chique kinderschoenenzaak in de stad, zo eentje waar ze de dure designermerken die de moeders zelf zo graag dragen ook in kindermaat verkopen. Denk Cavalli, Kenzo, DKNY en Dolce & Gabbana. Kortom: schoenen waar elke drie- of vierjarige een moord voor zou doen.
 
De winkel viel me op omdat hij afgeladen vol was met opgedirkte moeders en een hele schare kinderen. Op de deur hing een bordje: In verband met grote drukte werken we met een nummertjesapparaat, hiervoor graag uw begrip. Blijkbaar was er een of andere actie, een 'vaste klantendag' of zoiets. Nieuwsgierig keek ik naar binnen, en zag moeders die zich wild op de schoenen stortten, terwijl de kinderen duidelijk liever speelden en rondrenden.
 
Waarom zou je een kind schoenen van Dolce & Gabbana aantrekken?
Het antwoord op deze vraag is weinig vernieuwend: kinderen worden steeds meer beschouwd als hippe accessoire, als fashionable verlengstuk van jezelf. Wie een modieus gekleed kind heeft, maakt zelf blijkbaar ook een goede indruk. En als de moeders zelf niet meer de jongste en knapste zijn, hebben ze des te meer reden om hun dochtertjes vast op te leuken. Knalroze cowboylaarsjes van Fornarina moet het kind aan, ook al kan ze daar nauwelijks op lopen en zeker niet mee rennen of klimmen.
(Ik vraag me ineens af: waarom heb ik die als kind nooit gekregen? Ik hield zo van hakjes, maar kreeg alleen degelijke stoere stappers. En dat terwijl ik toch alleen maar binnen op de bank boeken zat te lezen. Mijn ouders schenen me soms zonder pardon op straat te zetten en de deur achter me dicht te gooien, zodat ik geheel onvrijwillig toch ook eens buiten speelde...)
 
Ik vind het altijd een beetje een zielig gezicht, van die ouders die hun kinderen totaal opdirken tot hippe mini-volwassenen. Moeten kinderen niet gewoon lekker zittende vrolijke kinderkleren dragen? Liefst door henzelf bij elkaar gezocht en daarom totaal niet bij elkaar passend?
Ik heb zelf geen kinderen, maar al wel vele jaren een soort van vage, sluimerende kinderwens die af en toe de kop opsteekt. Maar om eerlijk te zijn is die tamelijk romantisch en onrealistisch van aard: ik droom vooral over een mooie dikke buik, een kleurrijk ingerichte babykamer en eindeloos knuffelen met een poezelige vrolijke baby. En wanneer ik in winkels mooie babykleerjes zie, fantaseer ik mijn toekomstige baby erin. Nooit gaan mijn droombeelden over luiers verschonen, 's nachts zes keer mijn bed uit of dilemma's in de opvoeding. Ik fantaseer kortom ook vooral over het kind als poezelige accessoire.
Toch hoop ik dat ik, als ik ooit een kindje zou hebben, niet zo'n moeder zal worden die al haar eigen wensen, smaak en ideeën op haar kind projecteert. Want volgens mij zijn er voor een kind op zijn vrije woensdagmiddag wel leukere dingen te bedenken dan het kopen van een nieuw paar gouden Cavalli-laarzen van 300 euro.
 
 
Read more...   (7 comments)
Vrouwen zijn soms een vreemd volkje. Een beetje feministisch zijn we tegenwoordig allemaal wel: we roepen dat we gelijke kansen willen en een betere verdeling van zorgtaken, en mompelen zo nu en dan wat over papa-dagen en het glazen plafond. Toch willen de meeste vrouwen hun vingers niet branden aan de term 'feministe': "He bah nee, ik noem mezelf geen feministe, die paarse tuinbroeken... Ik wil wel mijn vrouwelijkheid bewaren," kirren ze. Hoge hakken en diepe decolletés dragen ze, maar alleen voor mezelf. Het is een beetje het Heleen van Roijen-feminisme: naakt in de Playboy staan en dat hoegenaamd alleen voor jezelf doen (dat blad wordt tenslotte toch door niemand gelezen), en het feministisch noemen omdat je er (je eigen) geld mee verdient.
 
Tja, wat moet je daar nu van vinden? De feministes van vroeger wisten er wel raad mee: die hele vrouwelijkheid en schoonheid was niets meer dan een uitwas van eeuwen patriarchale onderdrukking, waarin de vrouw niets anders dan lustobject kon zijn. Vrouwen die meenden dat ze zelf plezier beleefden aan die 'vrouwelijkheid', draaiden zichzelf slechts een rad voor ogen en hielden een eeuwenlange structuur van onderdrukking in stand.
 
Tegenwoordig heeft 'lustobject' niet zo'n verderfelijke bijklank meer, en is de term ook lang niet alleen meer aan vrouwen voorbehouden. We willen graag zowel zelfstandig als intelligent als lief als moederlijk als lustobject zijn. En wie weet kan dat ook allemaal.
Tegelijkertijd denk ik dat we als vrouwen ook niet naief moeten zijn in de manier waarop we onze 'vrouwelijkheid' inzetten en laten inzetten om, en ik kan het toch niet anders zeggen, onderdrukt te worden. Waarom bloot in een mannenblad gaan liggen, om je zelfstandigheid en onafhankelijkheid te benadrukken? Of omdat je toch stiekem eigenlijk van het mannelijk lezerspubliek wilt horen dat je, ondanks het nadeel van al je grootse prestaties en economische zelfstandigheid, uiteindelijk toch ook nog wel een lekker ding en een lief meisje bent? Ik vind het allemaal best hoor, maar echt empowerment zou ik het toch niet willen noemen.
En wat is er eigenlijk mis met die goeie ouwe term feministe? Waarom moet het nu ineens allerlei namen in de trant van girl power of grrl of girlie hebben? Ongetwijfeld om de stekels er vanaf te halen en te laten zien dat we eigenlijk hele ongevaarlijke lieve meisjes zijn, die zo nu en dan wel eens licht provocerend iets roepen, maar uiteindelijk toch graag in de gratie van het lustobjectschap willen blijven. 
 
Zij die zonder zonde is werpe de eerste steen? Ik ben de eerste om toe te geven dat ik de spagaat die ik hierboven schets echt wel ken. Ik wil ook een leuk meisje zijn met jurkjes en hakjes. Omdat ik het leuk vind, maar ook omdat ik het vrouwelijk vind. Ook ik werp wel eens een hulpeloos glimlachje op de man die over technische gaven beschikt die ik meen te ontberen (maar feitelijk weiger te leren). Maar ik ben daar volgens mij niet naief over. Ik zou niet gaan staan juichen over mijn zelfstandigheid wanneer ik iets puur op basis van mijn uiterlijk of diepe decolleté voor elkaar krijg. En ik vind dan dat je ook niet zielig moet gaan doen als het later tegen je blijkt te werken of je onvoldoende serieus genomen wordt. Je kunt iets niet alleen in je voordeel gebruiken zonder er de nadelen van te accepteren.
 
Het is best ingewikkeld geworden, het hele vrouwzijn met alle paradoxen en wespennesten eromheen. Misschien moet je er ook niet te moralistisch over willen doen en is het allemaal puur biologie. En willen we diep van binnen allemaal graag zo'n schitterende jaren vijftig bombshell zijn, die in een geweldige jurk met ultra-wespentaille en wijd waaierende rok lekker thuis koekjes bakt. Dus koop zo'n fantastische jurk op Ebay (zoek op bombshell dress), wees mooi, maar laat als het nodig is ook het haar op je tanden (en onder je oksels, zegt vriend die er nogal een beperkte visie op het feminisme op nahoudt) zien. En voilà, een nieuwe vrouwenbeweging is geboren. Being a bombshell-feminist.
Read more...   (1 comment)
Smaak is per definitie een heikele kwestie. Want bestaat er eigenlijk zoiets als 'goede smaak'? Staat die als een paal boven water of is het een elitair hersenspinsel van Ons Soort Mensen? Of valt er misschien op z'n Hollands-poldermodels niet over te twisten?
En als er dan toch zoiets als slechte en goede smaak bestaat, wat is dan wat en wie heeft dan welke?
 
Als zelfbenoemd estheet geloof ik dat er mooie en minder mooie dingen bestaan, en dat dingen als schoonheid en 'een goed ontwerp' redelijk objectief zijn vast te stellen. Het hebben van een goede smaak zou dan te maken hebben met een goed ontwikkeld vermogen om die universele schoonheid te herkennen en te onderscheiden van dat wat minder mooi is. Dit klinkt natuurlijk allemaal zeer academisch, en ik merk dat ik zit te stuntelen met woorden om het helder, doch niet snobistisch uit te drukken. Laat ik mijn punt even beeldend kracht bijzetten met een kleine test. Ik toon 2 fotoseries: de serie 'goede smaak' en de serie 'wat minder goede smaak'. Aan jullie te beoordelen wat wat is...
 
Serie 1:
Serie 2:
En, welke is welke?
Mijn voorzichtige schatting is dat de lezers van dit weblog meer geneigd zullen zijn serie 2 het stempel 'goede smaak' te geven. Zegt dit nu louter iets over de smaak van mijn 'doelgroep'? Of zegt het wellicht iets over een meer universele 'goede smaak'?
Ik zou natuurlijk graag willen betogen dat het laatste waar is. Maar waarom moet ik dan zo lang zoeken naar de afbeeldingen van serie 2, terwijl ik serie 1 in een handomdraai bij elkaar verzamel op www.Funda.nl? (Dat is overigens wel een leuke bezigheid voor mensen met interesse voor Het Hollandse Interieur en tijd teveel...) 'Smaak' is voor het gros van de Nederlandse bevolking blijkbaar toch meer zoiets als wat je ziet bij serie 1. Maar is die smaak daarmee ook goede smaak?
 
Begrijp me goed: ik wil niemand iets opdringen (behalve dan mijn vriend, maar tegen zijn interieur zit ik dan ook wel erg vaak aan te kijken...), ik probeer slechts al denkende meer zicht te krijgen op de concepten 'smaak' en 'schoonheid'. Evenmin wil ik beweren dat ik zelf een geweldige smaak heb: ik kan bij anderen volgens mij redelijk goed zien wat mooi is en goed werkt, maar bijvoorbeeld in mijn eigen huis vlieg ik nog regelmatig uit de bocht. Ik geloof dan ook dat smaak bij uitstek iets is dat zich ontwikkelt (niet noodzakelijkerwijs, maar wel mogelijkerwijs). Om dat te illustreren wil ik aan de hand van wat beeldmateriaal iets vertellen over mijn eigen 'smaakontwikkeling'.
 
Al op jonge leeftijd was ik druk met het decoreren van mijn slaapkamer. Toen ik een jaar of negen, tien was, was de Xenos mijn favoriete winkel. Ik herinner me hoe dolgelukkig ik was toen ik voor mijn verjaardag een koffer gemaakt van bamboe kreeg. Zoiets:
 
 
Ik was zo trots op mijn koffer dat ik hem pontificaal midden in mijn kamer zette. Hoe bijzonder en exotisch was hij!
Een andere designliefhebberij van me was in die tijd van het type 'blikjes met beren'. Ik ben er inmiddels redelijk overheen gegroeid.
 
 
 
Ik hou nog steeds wel van blik, maar nu meer van oud jaren 50/60 blikwerk. Is dit een verbetering van smaak? Zelf meen ik van wel: dit blik is veel grafischer, minder clichematig en sterker qua vormgeving. Maar zijn dat criteria? Wie het weet mag het zeggen.
 
foto: Picnic by Ellie, www.flickr.com
 
Ook hield ik altijd nogal van overdadige krullen, kleuren en pracht en praal. In mijn eerste studentenkamer had elke wand een andere felle kleur en er konden niet genoeg barokke spiegels, oosterse lampen en fluwelen gordijnen hangen. De sfeer hield zo'n beetje het midden tussen een boudoir, een circustent, een pipo-wagen en een moskee. Leuk, maar echt getuigen van goede smaak? Nou nee.
Ik hou nog altijd van felle kleurtjes (ben in dat opzicht nog niet 'volwassen' en weet niet of ik dat ooit ga worden) en van kitsch en krullen, maar wel met mate. Ik geloof namelijk dat 'overdaad schaadt' wel een redelijk universele esthetische norm is. Je zou ook 'less is more' kunnen zeggen, al geloof ik niet dat ik ooit echt minimalist zal worden.
Ik denk dat schoonheid en goede smaak te maken hebben met balans en evenwicht in kleuren en vormen. En met mooie vormen en verhoudingen, met kloppende maten. Met een goede samenhang tussen vorm en functie. Dat soort dingen. Hoe leg je anders uit dat dit een schitterende stoel is? (en de tweede helaas niet)
 
 
Cherner Chair                                                    Ik zou het niet weten-chair
 
En waarom is dit een mooi interieur?
 
foto: bugheart, www.flickr.com
 
Wie het weet mag het zeggen.
 
p.s. Mijn excuses aan alle mensen die de Funda-foto's van hun huis hier niet in de juiste categorie terugvinden...
Read more...   (7 comments)
Ik hou van dingen, spullen. In de wat linkse, maatschappelijk bewuste kringen waarin ik vaak verkeer is dat een beetje taboe. Materialisme is een vies woord, want alleen het geestelijke en het intermenselijke heten te tellen.
De dingen zijn er voor de oppervlakkigen en leeghoofden. Voor het domme volk dat veertig uur per week jakkert in een klotebaantje om uiteindelijk die flatscreen televisie of die nieuwste dure auto te kunnen kopen. En natuurlijk voor mij .
 
Natuurlijk weet ik dat dingen op zich niet zaligmakend zijn. Sterker nog: het plezier van de aanschaf van een 'ding' kan soms al voorbij zijn nog voor je de winkel uit bent, om nooit meer terug te keren. De dingen kunnen zich ook tegen je keren: wat je laatst nog zo vrolijk in huis haalde, wordt in een vol huis al snel een sta-in-de-weg  waar je niet snel genoeg vanaf kunt komen. Mensen die, net als ik, veel dingen in huis halen, zijn vervolgens buitensporig veel tijd kwijt met opruimen, orde aanbrengen in de chaos en weggooien. Ook niet echt leuk. En dan te bedenken dat er zoveel mensen zijn die helemaal niets hebben... Die hoeven in elk geval ook niet zo veel tijd te besteden aan opruimen.
 
En toch hou ik van dingen! Mijn huidige favorieten zijn:
 
Mijn rode laarzen
 
Jaren zestig stoeltjes, verkregen door een slimme stoeltjesruil
 
Vazen die ik gekocht heb bij www.freakyfurniture.nl
 
Na zo'n schaamteloze lofzang op de dingen, steekt toch weer even mijn moralistische kantje de kop op. Dat ik heus geen leeghoofd ben. En best een redelijk goed karakter heb. Regelmatig een daklozenkrant koop. En altijd links stem.
 
En toch houd ik van de dingen.
 
Read more...   (2 comments)
About Ninainvorm

My name is Nina, I'm a ceramics and paperwares designer and mom of Rosa and Julie. This blog is about making, living, liking, loving and so much more!

Want to get in touch? You can always send me an email through ik_ben_nina@hotmail.com.

Ninainvorm shop
Categories
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl Design by: Mooiestijlen.nl